ANE College “Nieuw werk voor ervaringsdeskundigen”

Dit college was op dinsdag 15 maart 15.00-17.00. Klik hier om terug te kijken.

Foto: links de Doula’s (Robin Hourissa) rechts filosoof Alfred North Whitehead

De overtuiging dat ervaringskennis waardevol is neemt toe. Er zijn steeds meer (goed opgeleide) ervaringsdeskundigen. Maar er is nog te weinig betaald werk voor ervaringsdeskundigen.

Hoe komt dit? En wat kunnen we hier aan doen?

In het ANE college ‘Nieuw werk voor ervaringsdeskundigen’ nodigt ervaringsdeskundige en actiefilosoof Bram Vreeswijk je uit om hier over mee te denken. Betaald werk is geen natuurverschijnsel. Het is iets dat door mensen – die posities hebben binnen organisaties en bedrijven – wordt bedacht. Om allerlei redenen lijken deze mensen verkeerd te denken. Organisaties, bedrijven en onze economie als geheel veroorzaken enorme inkomens ongelijkheid, een veel te grootte financiële sector, klimaatopwarming en vervuiling.

Geïnspireerd door onder meer de filosoof Alfred North Whitehead en de film ‘De doula’s van de stad’ zal Bram stellen dat de oplossing ligt in ervaringskennis. De kunst is om vanuit ervaringskennis opnieuw naar werk en geld te leren kijken. De oplossing ligt bij ons!

Dit college was de aftrap van de kring: Nieuw Werk bij ANE. Deze kring is zowel bedoeld voor ervaringsdeskundigen als voor niet-ervaringsdeskundigen die staan voor een sociaal en inclusief Amsterdam. Met deze kring willen we concrete  stappen gaan zitten richting de realisering van nieuw werk voor ervaringsdeskundigen in de Stad.

De sheets van het college kun je op aanvraag van Bram krijgen. Zijn emailadres is: bramvre@gmail.com.

Klik hier om het college en andere ANE colleges terug te kijken.

Meld je aan voor de kring Nieuw werk voor ervaringsdeskundigen door Bram een email te sturen: bramvre@gmail.com.

Klik hier voor de website pagina van de nieuwe kring: Nieuw werk voor ervaringsdeskundigen.

Boekbespreking “Ervaring werkt?” Ervaringskennis cocreatief inbedden in je organisatie

Het belang en het gebruik van ervaringsdeskundigheid

De inzet van ervaringsdeskundigen en van ervaringskennis als derde kennisbron, geniet in Nederland steeds meer aandacht. In 2003 startten de eerste opleidingen en trainingen voor ervaringsdeskundigen. In de praktijk worden er langzame stappen gemaakt en blijft het regelmatig ‘modderen’. Dat is de ervaring van ervaringsdeskundigen zoals die naar voren komt in de trainingen die het Instituut voor Gebruikersparticipatie en Beleid (IGPB) verzorgt. Nog steeds zijn er instellingen die twijfels hebben over de inzet van ervaringsdeskundigen en het belang van ervaringskennis, al is er inmiddels een breed draagvlak en bredere erkenning. In Vlaanderen is nu een boek verschenen over de vraagstukken die met de implementatie van ervaringsdeskundigheid te maken hebben.

Ervaring werkt?! is een boek waarin issues, die spelen rondom de inzet van ervaringsdeskundigen en ervaringskennis in de zorg en het sociale domein, op een bijzonder heldere manier aan de orde worden gesteld. Het is een verslag van een driejarig praktijkgericht onderzoeksproject van de Academische Werkplaats Vermaatschappelijking van de Hogeschool Gent. Voor dit project zijn acht teams uit de verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulpverlening onderzocht op de inzet van ervaringsdeskundigheid. Alle spelers in het veld zijn in dit onderzoek betrokken, helaas met uitzondering van cliënten. Hierop kom ik later terug.

Het verslag beschrijft een fundamenteel proces van co-creatie: samen nadenken en uitzoeken wat ervaringskennis betekent voor de hulpverlening, zodat er mogelijkheden ontstaan voor een gedeeld eigenaarschap van ervaringskennis tussen ervaringsdeskundigen, professionals en cliënten. Ervaringskennis wordt gezien als derde bron van kennis, naast professionele en wetenschappelijke kennis. Niet alleen vanuit de ervaringswerkers en andere zorgprofessionals gezien, maar ook vanuit het beleid van instellingen en het bestuur, directie en management. Veel issues die spelen worden toegelicht en besproken. Erkenning van het cliëntenperspectief en hun sociale netwerk is een van de uitgangspunten van het boek. Het landelijk beleid en vraagstukken van stigmatisering en uitsluiting zijn andere thema’s die aan de orde komen.

Per hoofdstuk wordt een thema uitgewerkt: van het praktisch gebruik van ervaringskennis in de eigen context, via een discussie van meer sociologische en epistemologische vraagstukken, naar de positionering en ondersteuning van ervaringsdeskundigen. Het afsluitend hoofdstuk geeft een blik op de toekomst.

Aan het einde van ieder hoofdstuk staan concrete oefeningen beschreven, die met de betrokken partijen gedaan kunnen worden. Ook zijn er leestips, gekoppeld aan het thema van het hoofdstuk. De laatste hoofdstukken sluiten af met zogenoemde ‘dwarsliggers’: dilemma’s en vragen die voortkomen uit het hoofdstuk. Een voorbeeld is de dwarsligger in hoofdstuk 7 (p. 97), waarin de verschillende rollen van ervaringsdeskundigen worden beschreven:

  • Houdt het creëren van een specifieke functie voor ervaringsdeskundigen het wij-zij denken in stand?
  • Als ervaringsdeskundigen hetzelfde doen als professionals, zijn het dan niet louter goedkope werkkrachten?
  • Moeten we de inzet van ervaringsdeskundigen op termijn overbodig maken?

In het boek staat niet zozeer de vraag centraal wanneer ervaringskennis ingebracht dient te worden in een organisatie, maar eerder hoe ervaringskennis op alle niveaus in de organisatie serieus genomen kan worden door de inzet van ervaringsdeskundigen in te bouwen en te ondersteunen. Dat is een gemeenschappelijke uitdaging voor alle betrokkenen, waarin samenwerking, openheid over twijfels en vragen over het hoe en waarom aan de orde komen. Iedereen is eigenaar van dit vraagstuk en niet alleen de ervaringsdeskundigen. Zo wordt de valkuil omzeild dat ervaringsdeskundigen in hun eentje hun positie zouden moeten waarmaken en verdedigen.

Het boek biedt een bijzonder praktische handleiding voor elke organisatie die ervaringskennis serieus wil nemen en ervaringsdeskundigen wil inzetten op ieder gewenst niveau. Het advies is de implementatie te starten met het doorlichten van de eigen organisatie aan de hand van de thema’s van de hoofdstukken. Als alle lagen van de organisatie, – directie, management, werkvloer en ervaringsdeskundigen -, daarbij betrokken worden, dan ontstaat gemeenschappelijk gedeelde kennis over de staat van de organisatie. Duidelijk wordt wat mogelijk is en wat niet, waar de problemen liggen en waar de weerstand is. Zo komen sterke en zwakke punten, kwaliteiten en valkuilen, vragen en misvattingen boven tafel. Deze analyse vormt de basis voor het formuleren en implementeren van robuust beleid ten aanzien van de inzet van ervaringskennis en de aanstelling van ervaringsdeskundigen.

Ik heb het boek met veel plezier gelezen, het leverde herkenning op. In de trainingen van ervaringsdeskundigen, die het IGPB geeft, horen we geregeld dat ervaringsdeskundigen in een eenzame positie zitten en met argusogen bekeken worden. Vaak zien we in de praktijk dat er slechts één ervaringsdeskundige in een team zit en dat noch de teams noch de organisatie als geheel een uitgewerkt idee hebben van wat zij willen met en vragen van een ervaringsdeskundige. Ervaring werkt?! laat overtuigend zien dat de mogelijke bijdrage van ervaringsdeskundigen en ervaringskennis aan de bestaande zorg een gemeenschappelijk vraagstuk is van de hele organisatie en niet alleen de verantwoordelijkheid is van de ervaringsdeskundigen. In dit opzicht is het boek een stap vooruit.

Een punt van kritiek is dat cliënten niet zijn betrokken in het beschreven co-creatieve onderzoeksproces. Zij vormen een cruciale partij, die gevraagd kan worden naar hun ervaringen. Wat vinden cliënten van de bijdrage van ervaringsdeskundigen? Voegt dat voor hen iets toe aan de zorg of niet? Welke rol heeft de ervaringsdeskundige voor hen? Welke wensen hebben zij en wat missen zij als er geen ervaringsdeskundigen beschikbaar zijn? ‘Nothing about us, without us’ (vrij vertaald: Niets over onze hoofden heen) is immers een belangrijk uitgangspunt van de beschreven benadering in dit boek.

Wat verder opvalt is dat de ervaringen met de inzet van ervaringsdeskundigen in de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting niet zijn meegenomen in het onderzoek. Al sinds 2000 verzorgt De Link in Vlaanderen opleidingen van ervaringsdeskundigen en onderzoek op dit gebied, waar veel van geleerd kan worden. Wel wordt in het boek verwezen naar de theorie over ‘The Missing link’, die op basis van deze lange traditie ontwikkeld is. In deze theorie wordt gewezen op de diepe kloven tussen de cultuur van mensen die leven in generatiearmoede en de middenklasse-achtergrond van hulpverleners (zie De Link, 2014; Wuytack, 2011). Deze kloven zijn verantwoordelijk voor vele misverstanden tussen armen en hulpverleners. Dat is een belangrijke reden om mensen met geleefde armoede-ervaring in te schakelen bij armoedebestrijding.

Een laatste kanttekening is dat de presentiebenadering in het boek te weinig aandacht krijgt. Present zijn wordt wel als rol van een ervaringsdeskundige genoemd (in hoofdstuk 7), maar aan de presentietheorie van Andries Baart (zie bijvoorbeeld Baart, 2004) wordt geen aandacht besteed. Ook is er geen verwijzing naar literatuur over dit onderwerp. Terwijl de presentiebenadering in Nederland een belangrijke benadering is in de zorg, niet alleen voor ervaringsdeskundigen, maar ook voor reguliere hulpverleners. Het aansluiten bij de ervaringen van cliënten, hun levensverhalen, nabij zijn en luisteren naar hun ervaringen zou een taak van iedere hulpverlener dienen te zijn en niet alleen van ervaringsdeskundigen.

REFERENTIES

Baart, A. (2004). Een theorie van de presentie. 3e druk. Lemma

De Link (2014) De kracht van ervaring. Training voor tandems in armoedebestrijding in Nederland. Brussel: VZW De Link.

Wuytack F. (2011). The missing link. Documentaire. Brussel: De Link

Bespreking door SASKIA VAN DORP Coördinator en docent bij het IGPB – Instituut voor Gebruikersparticipatie en Beleid, Amsterdam (Zie: www.igpb.nl/trainingen/toed/) E- mail: svandorp@igpb.nl

Boek: Ervaring werkt?! Ervaringskennis cocreatief inbedden in je organisatie. Leuven/Den Haag: Acco. € 20.  152 Pagina’s. ISBN 9789463798266. Tijs Van Steenberghe, Didier Reynaert, Griet Roets, & Jessica de Mayer. (2020).

Onderzoek naar ervaringen Amsterdammers met buurtteams

Centrum voor Cliëntervaringen en Meetellen Amsterdam zijn, na een zorgvuldig selectieproces, door de gemeente gevraagd om onderzoek te doen naar de eerste ervaringen van Amsterdammers met “hun” buurtteam. Doorslaggevend voor het kiezen voor deze bureaus was, dat zij ervaringsdeskundige onderzoekers betrekken in hun onderzoek. Binnenkort starten zij. Kennismaking en eerste ervaringen staan in dit onderzoek centraal. Ervaringen van zoveel mogelijk verschillende gebruikers van de buurtteams worden in het onderzoek meegenomen. De buurtteams zijn er tenslotte voor alle Amsterdammers! De onderzoeksresultaten worden eind mei verwacht.

Start van de praktijkopleiding (voorheen Leerlijn) “Werken als ervaringsdeskundige in een buurtteam 2021”

Valentijnsdag, de dag om je geheime liefden ter verrassen…

Hoe mooi dus om juist op deze dag te starten met een opleiding om met jouw ervaringen anderen te helpen? Negen deelnemers deden dat en startten op 14 februari met de praktijkopleiding “Werken als ervaringsdeskundige in een Buurtteam”.

Een gedeelde “drive”

Natuurlijk wat het super fijn om in het Educatief Centrum in Oost bijna iedereen te ontmoeten. Een iemand was vanwege ziekte er in zoom bij en er waren twee afwezig vanwege ziekte. Het lijkt al gelijk te klikken tussen de deelnemers. Misschien ook niet zo gek, tenslotte weten ze al van elkaar dat ze elk heftige dingen hebben meegemaakt. Maar ook dat ze de drive delen om die heftige dingen een positieve wending te geven. Voor zichzelf én voor de Amsterdammers die hulp zoeken bij de buutteams.

De praktijk voorop!

Spannend is natuurlijk ook dat deelnemers gelijk al starten met hun praktijkstage. Werken vanuit je ervaring leer je immers bij uitstek door te doen. Geweldig dus dat de buurtteams in Amsterdam Noord, Zuid , Centrum en ZuidOost de stagiaires welkom heten en hen daarmee de kans geven zich te ontwikkelen tot waardevolle “ervaringsdeskundigen”. Daarmee leveren deze buurtteams natuurlijk ook gelijk een belangrijke bijdrage aan de stedelijke ontwikkelopdracht “werken vanuit ervaringsdeskundigheid” om zo als buurtteam nog beter aan te voelen wat er leeft en speelt onder Amsterdammers. Docententandem Dan van Steen en Lidie Nonnekes zijn er blij mee. “Veel deelnemers van de praktijkopleiding van het vorige jaar, hebben al echt hun plek gevonden in een buurtteam. Dat gaat deze deelnemers ook vast lukken”.


De prakijkopleiding werken als ervaringsdeskundige in een buurtteam

Velen worden vandaag de dag “ervaringsdeskundige” genoemd, of noemen zichzelf zo. Dit zegt echter vaak weinig over de kennis en competenties waarover diegene beschikt. Voor de buurtteams is het belangrijk dat je weet welke kennis en competenties je van beroepsmatige werkende ervaringsdeskundige mag verwachten. Deze leerlijn vormt een voorbereiding voor deze beroepsmatig werkende ervaringsdeskundigen en wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door de Vrijwilligersacademie, in nauwe samenwerking met de HVA en het Amsterdams Netwerk  Ervaringskennis.


Meer info?

Voor meer info of het aanmelden van kandidaten of het bieden van stageplekken: karin@vrijwilligersacademie.net

“Als er geen aandacht is voor het draagvlak in de organisatie, het verhelderen van de rollen en het realiseren van een goede positie voor de ervaringsdeskundigen, is dat vragen om moeilijkheden.”

Interview met Saskia Keuzekamp, wetenschappelijk directeur van Movisie en bijzonder hoogleraar Participatie en effectiviteit aan de Vrije Universiteit

Om een beeld te krijgen van wie jij bent. Zou je iets over jezelf willen delen / functie? 

Ik woon alweer ruim 20 jaar met veel genoegen in Amsterdam. In het dagelijks, werkend leven ben ik wetenschappelijk directeur van Movisie en bijzonder hoogleraar Participatie en effectiviteit aan de Vrije Universiteit.

Wat doet Movisie en hoe gaan jullie te werk? Waar zijn jullie momenteel mee bezig? 

Movisie is het landelijk kennisinstituut in het sociaal domein. In zijn algemeenheid gezegd ontwikkelen we samen met de praktijk kennis over wat echt goed werkt bij de aanpak van sociale vraagstukken en bevorderen we de toepassing van die kennis. We doen dat alleen als we daarmee een duurzame positieve verandering voor mensen in kwetsbare posities kunnen realiseren. Wij zijn met tal van kwesties die het dagelijks leven van mensen raken bezig: participatie, eenzaamheid, burgerinitiatieven, huiselijk geweld, armoede. Daarbij maken we gebruik van wetenschappelijke kennis, praktijkkennis en ervaringskennis.

Wat heeft jou getriggerd/aangetrokken om met ervaringsdeskundigheid bezig te zijn?

De reden dat ik me met ervaringsdeskundigheid ben gaan bezighouden is dat heel veel mensen te maken hebben met armoede en schulden en dat we er als samenleving niet goed in slagen daar wat aan te doen. Dat heeft te maken met de hoge kosten van bijvoorbeeld wonen en energie en de lage uitkeringen. Maar ook speelt een rol dat we de organisatie van de zorg en ondersteuning erg ingewikkeld hebben gemaakt. De inzet van ervaringsdeskundigen is een vernieuwende werkwijze die mij zeer aanspreekt. Ervaringsdeskundigen hebben zelf te maken gehad met een bepaalde problematiek en kunnen vanuit hun eigen ervaringskennis een waardevolle bijdrage leveren aan meer duurzame oplossingen. Voor mensen zelf en ook door te bevorderen dat het aanbod, de systeemwereld beter aansluit op wat mensen nodig hebben. Het is ook een vorm van emancipatie, waarbij de stem van mensen met ervaringskennis belangrijker wordt.

Hoe belangrijk vinden jullie de inzet van ervaringsdeskundigheid? 

Voor een effectieve en duurzame aanpak van sociale vraagstukken is het belangrijk om niet alleen gebruik te maken van wetenschappelijke kennis en van de kennis van professionals, maar ook van ervaringskennis. Ervaringsdeskundigen zijn in staat om die kennisbron in te brengen. Ik ben zelf wetenschapper en hecht veel waarde aan wetenschappelijk onderzoek, maar ik denk dat de stem van mensen zelf, de ervaringskennis in de afgelopen decennia vaak te weinig serieus is genomen. Kijk bijvoorbeeld naar de kinderopvangtoeslagaffaire, waar mensen jarenlang onmachtig waren om zich tegen het falende systeem te weren. Juist ervaringsdeskundigen kunnen een stevige rol vervullen in het versterken van de stem van mensen in kwetsbare posities en een brugfunctie vervullen tussen de leefwereld en de systeemwereld.

Wat heb je zoal onderzocht op het gebied van ervaringsdeskundigheid?

Ik doe onderzoek naar de meerwaarde van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Hoewel veel mensen ervan overtuigd zijn dat ervaringsdeskundigen echt wat toe te voegen hebben, is er nog betrekkelijk weinig onderzoek dat dit onderbouwt. Dat betekent dat we te weinig weten over wanneer en op welke manier het zinvol is om ervaringsdeskundigen te betrekken bij zorg en ondersteuning van mensen. En over wat dat die mensen oplevert – in aanvulling op de opbrengst van wat reguliere hulpverleners doen.

Een andere onderzoekslijn gaat over de manier waarop ervaringsdeskundigheid goed tot zijn recht kan komen in organisaties. Het is immers een innovatieve werkwijze en ‘gewoon lekker aan de slag gaan’ is risicovol. Het is nodig om duidelijkheid te hebben over wat van de ervaringsdeskundigen wordt verwacht en hoe zich dat verhoudt tot de rol van reguliere professionals. Anders moeten de ervaringsdeskundigen hun eigen waarde gaan bewijzen en lopen zij aan tegen weerstanden en vaste patronen in organisaties. Dat is vragen om moeilijkheden, waardoor uiteindelijk ook de cliënten toch niet beter worden geholpen.

Heb jij een ideaal beeld over waar het heen zou moeten gaan m.b.t. de inzet van ervaringsdeskundigen?

Ik denk dat je dat niet zo in zijn algemeenheid kan zeggen. Ervaringsdeskundigen kunnen op tal van terreinen en in verschillende rollen actief zijn. In de ggz is de context bijvoorbeeld heel anders dan bijvoorbeeld op het gebied van armoede en schulden. Ervaringsdeskundigen zijn soms als vrijwilliger actief en soms in loondienst of als zzp-er. Ze vervullen rollen in de zorg en ondersteuning, in het beleid, in het onderwijs en in het onderzoek. In zijn algemeenheid kan je wel stellen dat overal versterking van de inbreng van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid noodzakelijk is. Het is niet voor niks dat in het regeerakkoord de term ‘de menselijke maat’ veel voorkomt. Affaires zoals die rond de kinderopvangtoeslag hebben (weliswaar na hele lange tijd) de ogen geopend voor het falen van dit beleid, waar de menselijkheid uit beeld was geraakt.

Kun je iets zeggen over waar we nu staan in Amsterdam met het inzetten van ervaringsdeskundigen? Wordt er veel gebruik van gemaakt? Worden ze naar jouw idee op een effectieve manier ingezet? Worden ze gelijkwaardig behandeld? Ook financieel?

Ook hiervoor geldt dat je dat niet in zijn algemeenheid kan zeggen. In de ggz wordt bijvoorbeeld al langer gewerkt met ervaringsdeskundigen. Daar zie je soms dat ze dreigen te worden ingekapseld in de organisaties en hun unieke rol dreigen te verliezen. In de buurtteamorganisaties is de situatie heel divers. De gemeente heeft in november 2021 besloten dat in alle buurtteams ook ervaringsdeskundigen moeten werken. Voor sommige buurtteams is dat niet zo nieuw, maar voor andere wel. Het zou ook moeten gaan om ‘geschoolde’ ervaringsdeskundigen, maar die zijn er nog onvoldoende. Als je tenminste uitgaat van meer dan een enkele cursus.

Wat zijn de struikel punten op dit moment om tot een volwaardige en gelijkwaardige inzet te komen?

Ik denk dat het een risico is om maar ‘gewoon aan de slag’ te gaan. We weten dat er vaak in organisaties ook weerstand is tegen de introductie van ervaringsdeskundigen. Als er geen aandacht is voor het draagvlak in de organisatie, het verhelderen van de rollen en het realiseren van een goede positie voor de ervaringsdeskundigen, is dat vragen om moeilijkheden. De ervaringsdeskundige moet dan maar bewijzen wat hij of zij waard is. Het gaat niet alleen om het zomaar toevoegen van een nieuw type professional. Het gaan werken met ervaringsdeskundigen zal vaak ook gevolgen hebben voor de collega’s en de organisatie. Daarvoor is een open, lerende houding nodig.

Heb je nog dingen op je lijstje staan die je in dit kader (om tot een volwassen inzet van ervaringsdeskundigen te komen) zou willen onderzoeken? Wat kan bijdragen in die volwassenwording? Die mogelijk richting kan geven.

Ik denk dat het kan helpen als organisaties een ‘scan’ maken van hoe de situatie bij hen is. Is duidelijk wat wordt verstaan onder ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid? Hoe gaan de huidige medewerkers vrijwilligers om met eigen ervaringen en ervaringskennis in hun werk? Welke beelden zijn er over ervaringsdeskundigen en hun mogelijke meerwaarde? Hoe kan er ruimte worden gemaakt voor deze innovatie? Wat is er nodig om het gaan werken met ervaringsdeskundigen tot een succes te maken? En (last but not least) wat zijn de behoeften van de mensen waarvoor de organisatie werkt, waar ervaringsdeskundigen mogelijk beter op kunnen inspelen dan de huidige professionals? Op basis van zo’n scan kan een plan worden gemaakt over het gaan werken met ervaringsdeskundigen en kan worden gevolgd waar het goed gaat, waar niet en waar extra aandacht nodig is.

Interview met Bram Vreeswijk over de nieuwe ANE kring “Nieuw Werk”

Bram Vreeswijk heeft onlangs de ANE kring “Nieuw Werk” opgericht. Wij zijn benieuwd naar het verhaal achter deze nieuwe kring en spraken met hem. Lees hieronder zijn verhaal.

Waarom heet deze nieuwe ANE kring “Nieuw Werk”?

Dertig jaar geleden bestond het beroep van ervaringsdeskundige nog niet. Nu wel. Door een veranderend bewustzijn, door anders tegen dingen aan te kijken kunnen nieuwe werkwijzen en nieuwe beroepen ontstaan.

Is het nodig dat er nieuwe werkwijzen en nieuwe beroepen komen?

Uitwassen als de toeslagenaffaire laten zien dat het in bestaande professionele systemen nu soms heel erg mis gaat. Mensen worden in een positie gebracht die hen machteloos maakt. Dit heeft tot financiële schade geleid bij de slachtoffers. Maar ook tot lijden in hun persoonlijk leven. Het is niet vreemd als mensen onder dergelijke omstandigheden een depressie ontwikkelen.

Een ander voorbeeld. In het sociale domein biedt men bepaalde mensen ‘dagbesteding’ aan. Ik ben zowel tegen dit woord als tegen deze manier van denken. Het zet mensen aan de kant. Alsof zij niet in staat zijn iets waardevols aan de samenleving bij te dragen. Alsof zij niet zouden kunnen werken. Het wordt tijd om hier anders naar te gaan kijken.

Als ik je goed hoor zeg je dat de huidige ‘systemen’ mensen tot slachtoffer maken, passief maken. Soms zelfs depressief. En dat je enerzijds mensen wilt helpen zelf actiever en handelingsvaardiger te worden en anderzijds samen ook de passief makende huidige ‘systemen’ wilt aanpakken?

Met het Herstel-Lab dat ik opgericht heb bij SCIP / De Regenboog Groep, richt ik me op activiteit en handelingsvermogen. Ik ben daarbij geïnspireerd geraakt door de filosoof Baruch de Spinoza uit de 17e eeuw. In de ‘Ethica’ beschreef Spinoza somberheid, melancholie, wanen, vraatzucht en andere verschijnselen die we nu ‘psychische problemen’ noemen als vormen van passiviteit. Activiteit daarentegen is de manier om een gelukkig leven te leiden! Het gaat erom een uitweg te vinden uit de psychische problemen die je ervaart. Dit heeft te maken met hoe je om gaat met je eigen emoties, maar ook met samenwerking en kansen. Je kunt door therapie van alles leren over jezelf, maar als je geen geld hebt, geen werk en geen netwerk kun je nog steeds heel weinig. Het is van belang je handelingsvermogen te vergrootten en daarvoor zijn samenwerkingen, organisatie en organisaties nodig.

In een interview zei de bekende Amsterdamse ervaringsdeskundige Edo Paardekooper Overman het mooi: “Doordat ik in actie ben gekomen ben ik mijzelf eigenwaarde gaan toekennen.”  Bekijk hier of hieronder het inspirerende interview met Edo:

Interview met Edo Paardekooper Overman over o.a. herstel en eigenwaarde

Wat is de relatie tussen nieuwe vormen van werk en het gebruik van ervaringskennis?

Stel dat de belastingdienst een groep van honderd toeslagenaffaireslachtoffers in zou huren om samen met bestaande medewerkers werkwijzen te ontwikkelen die potentiële slachtoffers van de belastingdienst niet buiten spel zouden zetten. Ik geloof dat dit tot werkelijk veranderingen zou leiden. Zij zouden dan daadwerkelijk gebruik maken van ervaringskennis. Niet door ‘input’ te vragen voor een onderzoek maar door te gaan samenwerken. Nu kiezen ze ervoor het op een traditionele manier op te lossen, met commissies en onderzoeken. They keep doing the same thing and expect different results.


Bram kwam in aanraking met het boek “Ethica” van de filosoof Spinoza (1632-1677). Hierin onderzocht Spinoza hoe je gelukkig kon worden/zijn. Kern: wees actief. Fysiek en mentaal. Passiviteit gaat samen met gevoelens van ongeluk. “Realiseer je eigen natuur”. Oftewel worden wie je eigenlijk bent. Als je moe bent en gaat slapen dan is dat volgens Spinoza een vorm van activiteit. Een slaaf die hard werkt voor zijn meester is passief want die realiseert niet zijn eigen natuur. Als je verslaafd bent ben je passief want je bent niet actief naar je natuur. Het heeft met afhankelijkheid te maken. Je wilt niet afhankelijk zijn van andere mensen, middelen of je eigen emoties.    De belangrijkste manier om je handelingsvermogen te vergroten is samenwerkingen aan te gaan. Samenwerkingen waarbinnen je je eigen natuur kunt realiseren.

Hoe zie je de nieuwe kring voor je?

Er zijn heel veel ervaringsdeskundigen in Amsterdam die flinke stappen in hun persoonlijk herstel hebben gezet, en vaak ook al cursussen of een opleiding gedaan hebben. Zij willen meer, en het liefst betaald werk. Maar ze staan buiten de systemen die werk creëren. Ze wachten tot er ergens een vacature voor een ervaringsdeskundige verschijnt.

Wat ik wil vormen is een groep die verbindingen aangaat met professionals binnen bestaande organisaties, om samen te kijken wat nodig is, en welke rol ervaringsdeskundigen hierin kunnen spelen. Nu wordt er van ervaringsdeskundigen vaak ‘input’ gevraagd, maar ik geloof dat we naar samenwerking toe moeten. Er zijn inmiddels ook veel reguliere professionals die in de kracht van ervaringskennis geloven. Mijn ideaal zou zijn om een gevarieerde groep te vormen. Denk aan professionele- en potentiële ervaringsdeskundigen, ambtenaren, hulpverleners, beleidsmakers etc. Iedere organisatie loopt tegen situaties op die wringen. Waar mensen voelen dat dit eigenlijk anders zou moeten. Dit ‘voelen’ heeft voor mij alles te maken met ervaringskennis. In een dergelijke groep zouden mensen vanuit hun specifieke werkervaringen met ideeën kunnen komen. In die zin zie ik verbindingen met de ANE kringen ‘Werk en Stage’ en ‘Buurtteams en Bondgenoten’. Ervaringsdeskundigen in buurtteams lopen soms nog enorm tegen systemen op. In positieve zin is dit een kans om opnieuw naar die systemen te kijken.

Stiekem hoop ik dat de werkgroep ‘Nieuw Werk’ ook zelf producten kan ontwikkelen met betrekking tot verandering. Nu zijn er veel professionele veranderaars die als coaches, organisatie adviseurs en dergelijke intervisie en veranderingstrajecten aanbieden aan organisaties en bedrijven. Dit kunnen wij als ervaringsdeskundigen ook gaan doen! Zelf heb ik de afgelopen maanden de cursus ‘Realiseer je eigen natuur’ omgezet in een format voor sociale coöperaties. Dit was ontzettend leuk om te doen, en ik geloof (we moeten dit nog evalueren) dat het voor de betrokken organisaties zinvol was.

Hoe zie je de kansen dat jullie ook daadwerkelijk nieuw werk creëren?

Ik ben positief. Ervaringsdeskundigheid leeft. Bijna elke organisatie beseft dat ze iets met ervaringsdeskundigheid moeten. En in het positieve geval willen. De huidige systemen knellen en er komen met regelmaat voorbeelden naar buiten van wat goed mis gaat. Zoals in de toeslagenaffaire. Maar je ziet ook dat reguliere professionals zich beklemd voelen in hun werk en in een burn-out belanden. Mensen willen het na een burn-out vaak over een andere boeg gooien. Meer in contact zijn met hun gevoel, en wat ze echt belangrijk vinden. Dit heeft voor mij ook te maken met het benutten van hun ervaringskennis.

Waar komt jouw energie en “actief” zijn vandaan?

Toen ik nog dronk is mijn leven een periode volledig gestagneerd geraakt. Contact met lotgenoten in zelfhulpgroepen heeft me hier uitgehaald. Ik hoorde verhalen van anderen en deelde over mijzelf. Zo leerde ik ook over mijzelf. Ik heb op allerlei goede scholen en universiteiten gezeten, maar in mijn beleving heb ik in het eerste half jaar van mijn herstel van nuchtere alcoholisten meer geleerd dan van al die professoren en leraren. Niet leren uit boeken, maar samen onderzoek doen op grond van concrete ervaringen. Dat is sindsdien het vertrekpunt geworden voor de projecten die ik doe. Al lees ik ook nog boeken hoor. Van Spinoza bijvoorbeeld.

Ben je geïnteresseerd geraakt en wil je ook meedoen in de kring “Nieuw Werk”?

Mail of bel Bram Vreeswijk: E-mail: bramvre@gmail.com, Mobiel: 06-81033723

De kring “Nieuw Werk” is onderdeel van het Herstel-Lab dat Bram een aantal jaren gelden oprichtte bij Scip, onderdeel van De Regenboog Groep. Het Herstel-Lab helpt ondermeer in je herstel en om actiever te worden en daarmee het leven meer naar jouw hand te zetten. Lees hier een interview met Bram over het Herstel-Lab dat hij heeft opgericht. Of bekijk de website van het Herstel-Lab: https://ervaringswijzer.nl/wat-we-doen/herstel-lab/

Interview met Bram Vreeswijk over het Herstel-Lab

Omdat ik enthousiast was over mijn eigen ervaringen met het praten met lotgenoten heb ik op een gegeven moment bij SCIP (onderdeel Regenboog Groep) aangeklopt met een idee voor een gezamenlijk onderzoeksproject voor en met mensen met psychische problemen. De diagnose maakte niet uit. Iedereen was welkom. We gingen het gesprek aan. En ik zette naast het middel “praten” andere creatieve middelen in om ervaringen te delen. Dit was het begin van het Herstel-Lab dat ik heb opgezet. 

In een eerdere fase van het Herstel-Lab merkte ik dat als ik niet het initiatief nam er weinig gebeurde. Ik ervoer de deelnemers als passief, en werd hier boos over. Professionals die ik sprak herkenden mijn frustratie en vertelden mij dat dit bij ons werk hoorde. “Deze doelgroep is nou eenmaal passief.” Maar dat vond ik te makkelijk. Toen ben ik een project gestart waarin activiteit en passiviteit de centrale onderwerpen zijn waaraan we werken.

Wat doe je om het onderwerp passiviteit aan te gaan binnen het Herstel-Lab?

Ik heb een programma opgesteld met vier activiteiten. De Herstelcursus: Realiseer je eigen natuur, de Herstel & Bewegingsgroep: Mijn natuur – onze natuur, het Laboratorium en in het verlengde hiervan gaat nu de kring: “Nieuw Werk” bij ANE beginnen. Dit is allemaal geïnspireerd door het denken van Spinoza. We bespreken de onderwerpen passiviteit en activiteit met elkaar. En ook de vraag hoe kan ik mijn eigen handelingsvermogen vergroten? Daarnaast hebben we veel met het lichaam gedaan. In de Herstel & Bewegingsgroep behandelen we de onderwerpen passiviteit en activiteit vanuit wat je voelt in je lichaam.

Ook is het belangrijk om te kijken naar je situatie. Wat kan er in je situatie verbeterd worden? In je persoonlijke situatie. Maar ook in je relatie tot systemen. De GGZ is een systeem. De Sociale dienst is een systeem. Schuldhulpverlening ook. We hebben in Nederland allerlei systemen ingericht die zorgen dat mensen niet dood gaan. Het voorziet in een basis. Maar mensen kunnen er ook makkelijk in vast raken en niet meer verder komen. Als je geen kansen krijgt dan kun je eindeloos aan je eigen herstel werken maar dan kom je niet verder. Stel dat je geen geld hebt voor OV en niet kunt fietsen dan worden je mogelijkheden enorm beperkt. Het is belangrijk om geld te hebben en contacten. Het liefst met mensen op posities die iets gedaan kunnen krijgen. In actie komen is beter dan boos te zijn op het systeem. 

Hoe moet ik mij Herstel-Lab voor mij zien?

Er zijn nu wekelijks bijeenkomsten van het Laboratorium waar we experimenten doen met werkvormen die herstel ondersteunen. We hebben herstel yoga gedaan en werken met een belichaamde vorm van intervisie. Ook worden er gastdocenten uitgenodigd. In de lente begint de Herstelcursus: Realiseer je eigen natuur. Dit gaat over de ideeën van Spinoza, toegepast op jouw situatie en jouw herstel. In de lente begint ook de Herstel & Bewegingsgroep weer.

Het Herstel-Lab heeft een prijs gewonnen van MIND en Zorgverzekeraar VGZ. Met het geld hiervan wil Bram een publicatie maken over “Nieuw Werk”.

Wil jij je aanmelden voor de Herstel & Bewegingsgroep of de Herstelcursus “Realiseer je eigen natuur” of meepraten in de ANE kring “Nieuw Werk”? Bel of mail Bram Vreeswijk:

E-mail: bramvre@gmail.com, Mobiel: 06-81033723

Website van het Herstel-Lab: https://ervaringswijzer.nl/wat-we-doen/herstel-lab/

Interview met Edo Paardekooper Overman over herstel en eigenwaarde:

https://www.youtube.com/watch?v=K5i8_Q9FmqM

Vacature Trainee Raad van Toezicht

Onervaren en leergierige toezichthouder met potentie. Ervaringsdeskundig en/of deskundig op het gebied van begeleiding van de meest kwetsbare mensen met psychische problematiek.

De organisatie

LIMOR (Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie) is een bevlogen en ondernemende organisatie, met een rijke geschiedenis en een belangrijke maatschappelijke functie. In de afgelopen jaren heeft LIMOR een belangrijke plek verworven als specialist in het domein van de Maatschappelijke Opvang (MO), beschermd wonen en ambulante begeleiding met de Situationele begeleidingsmethodiek.

LIMOR is er voor mensen die om welke reden dan ook diep in de problemen zijn geraakt en daardoor moeilijkheden ervaren met zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, dakloos zijn of dat dreigen te worden en nergens anders terecht kunnen. LIMOR zorgt ervoor dat haar cliënten daar terechtkomen waar ze het best op hun plek zijn. LIMOR is een belangrijke schakel op de weg naar rehabilitatie, herstel, werk en/of zelfstandig wonen.

De organisatie is als HKZ-erkende zorgaanbieder actief in de provincies Zuid Holland, Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland.

Zoals alle organisaties in het sociaal domein wordt LIMOR geconfronteerd met repeterende bezuinigingen en periodieke (lokale) beleidswijzigingen waardoor kwaliteit en bedrijfsvoering onder druk staan. De organisatie zet goede stappen onder een relatief nieuwe bestuurder en directieteam. Tegelijk blijven het uitdagende tijden die permanent vragen om beweging en vernieuwing. De Raad van Toezicht is een belangrijke sparringpartner in de zoektocht hoe het beste aan te blijven sluiten bij de ontwikkelingen in het sociale domein en hoe als organisatie adaptief te blijven, terwijl de kwaliteit van dienstverlening steeds verbetert.

LIMOR heeft een eenhoofdige Raad van Bestuur, Aart van Walstijn. De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door drie titulair directeuren met portefeuilleverdeling: de directeur Bedrijfsvoering, de regiodirecteur West en de Regiodirecteur Noord-Oost. Gezamenlijk vormen zij de directie.

Binnen LIMOR staat medezeggenschap hoog in het vaandel. De organisatie beschikt over een sterke Cliëntenraad en Ondernemingsraad die zich beide kenmerken door een positief kritische houding en een hoge mate van betrokkenheid. Zowel de Ondernemingsraad als de Cliëntenraad participeren in de selectieprocedure.

De Raad van Toezicht van LIMOR telt per april 2022 de volgende 5 leden: Nyncke Bouma (voorzitter RvT), Aukina de Bruin (commissie kwaliteit en veiligheid), Herbert van Petersen (commissie kwaliteit en veiligheid), Jan Telgen (auditcommissie) en Ton de Rond (auditcommissie).

De huidige raad van toezicht kenmerkt zich door integere, deskundige en analytische leden met veel bevlogenheid voor LIMOR en haar betekenisvolle maatschappelijke rol. Het RvT team vertegenwoordigt een mooie combinatie van leden die vrij recent zijn toegetreden en leden die al langer bij LIMOR betrokken zijn. De samenwerking tussen de RvT en de bestuurder is open, betrokken en constructief.

LIMOR is een lerende organisatie en ook de RvT wil blijven leren en ontwikkelen. In dit licht wil de RvT gelegenheid bieden aan een trainee om enerzijds zich het vak van toezichthouden eigen te maken en anderzijds ook de RvT te spiegelen vanuit de specifieke kennis en ervaring van de trainee, die gezocht wordt in de inhoudelijke kennis van de problematiek van de cliénten.

Documentatie over LIMOR en de RvT is te vinden op https://www.limor.nl/folders-publicatie

De functie

De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het proces van besturen en op de algemene gang van zaken binnen LIMOR. De RvT is een belangrijke adviseur en sparringpartner voor de bestuurder. Daarnaast treedt de RvT op als werkgever van het bestuur. LIMOR volgt de Governancecode Zorg. Momenteel herformuleert de RvT haar visie op toezicht.

Als trainee draai je volledig mee met de Raad van Toezicht. Je neemt deel aan alle RvT- en commissievergaderingen en eventuele andere bijeenkomsten waar de RvT bij aanwezig is, zoals themabijeenkomsten. Je bereidt je terdege voor en brengt je vragen en opmerkingen in vanuit jouw expertise, ervaring en perceptie. Je zal als trainee met beide commissies (eerst een periode de ene commissie en vervolgens de andere) meedraaien zodat je ook het commissiewerk vanuit beide kanten leert kennen en ook daar je input kan leveren. Een van de leden van de Raad van Toezicht zal je vaste contactpersoon zijn die je wegwijs maakt en als vraagbaak voor je kan dienen.

Je zal voor jezelf en in samenspraak met de RvT en de Bestuurder een opdracht formuleren waarmee je aan de slag gaat. Het ligt voor de hand dat de opdracht in lijn is met de expertise die je komt brengen.

Wie wij zoeken

De Raad van Toezicht is op zoek naar een maatschappelijk betrokken en integere trainee die expertise met zich meebrengt op het gebied van het primair proces van LIMOR en/of ervaringskennis of ervaringsdeskundigheid. Je brengt een vernieuwende en verfrissende kijk en je kan de stem van client en medewerker in de Raad overbrengen. Je bent in staat de hoofdlijnen van het totale beleid en de strategie te overzien en te beoordelen. Je bent nieuwsgierig naar de rol van toezichthouder en je wil je graag deze rol eigen maken. Je stelt je daarbij lerend en open op. Je bent een authentieke, positieve en stevige persoonlijkheid waarmee het goed samenwerken is.

Ons aanbod voor de beste kandidaat

Een leerplek binnen een deskundige en open Raad van Toezicht waar je naast leren de ruimte krijgt om direct toe te voegen. Als Trainee RvT bij LIMOR kan je mede het verschil maken voor de cliënten en medewerkers van LIMOR. Daarnaast biedt LIMOR een opleiding bij de NVTZ aan voor beginnende toezichthouders. Het traineeship is voor de duur van een jaar en kan met nog eens een jaar verlengd worden indien door beide partijen gewenst.

Reactie en informatie

VOOR is gevraagd om de werving en voorselectie voor deze vacature uit te voeren. Jan Willem ten Hagen is hiervoor verantwoordelijk. Wanneer je geïnteresseerd bent in deze functie, ontvangen wij graag je motivatie en een actueel CV voor 13 maart as via het reactieformulier in deze link: https://www.voor.nl/vacatures/927/trainee-raad-van-toezicht.

Voordat we kandidaten uitnodigen voor een persoonlijk selectiegesprek maken wij graag eerst kennis via Google Meet. De live gesprekken met VOOR vinden plaats op 16 maart 2022 en de selectiegesprekken bij LIMOR vinden plaats op 22 maart 2022. De eerste vergadering waar je aan zou kunnen deelnemen vindt digitaal plaats op 29 maart van 18.30 – 21.00 uur.

Een referentenonderzoek maakt onderdeel uit van de procedure.

Voor vragen en informatie kun je contact opnemen met Jan Willem ten Hagen (janwillem@voor.nl, 06 41765586).

Skip to content