“Ik zou het fantastisch vinden als ervaringsdeskundigheid vanzelfsprekend is over een aantal jaren en dat ik daarin een betaalde baan heb”

Patrick Theunissen werkt sinds begin 2020 als ervaringsdeskundige in het verbondsteam H-Buurt / Amsterdamse Poort. Hoe bevalt het hem? Hoe vond hij zijn plek binnen het team? Wat doet hij? Hoe verloopt de samenwerking met zijn collega’s? En welke rol speelt het Amsterdams Netwerk Ervaringskennis (ANE)? Ik fietste op dinsdag 15 september, een prachtige zonnige dag, vanuit de Jordaan naar hem toe in de Bijlmer, vlak achter voetbalstadion De Arena en het winkelcentrum in het gebied De Amsterdamse Poort. Daar, een beetje in de luwte, tref ik Patrick in het klein en gezellig ingerichte pand van het Verbond van 100. Door Matthijs Post (communicatie ANE)

Jij kwam begin 2020 in het verbondsteam H-Buurt/Amsterdamse Poort dat in juni 2019 begonnen was. Hoe vond jij je plaats in dat team?

Dat was niet makkelijk. Gelukkig was er vóór mij al een ervaringsdeskundige die de weg geplaveid had. Het bestaande team wist dat een ervaringsdeskundige vaak net op een andere manier naar de zorg kijkt en aanvullend kan zijn. In een van de eerste vergaderingen heb ik dit meteen kunnen laten zien. We bespraken een case die ging over een vader en een zoon (15 jaar) waarbij de zoon dreigde te ontsporen. De vader wilde dit tegen gaan met de harde hand, want zo had de vader dat in zijn eigen opvoeding geleerd. Mijn collega’s vonden dat het kind moest worden aangepakt. Gedwongen opname bijvoorbeeld. Ik zag dat anders. Laat dat kind fouten maken, het kind heeft recht om fouten te maken. Ga met de vader aan de slag. Ik ben zelf ook op het verkeerde pad beland. Heb ook fouten gemaakt. En heb daar van geleerd. Als dit kind volwassen wordt kunnen we hem aansprakelijk stellen. Laten we nu zijn vader ondersteunen om deze jongen bij te sturen. We zetten de vader in zijn kracht. Mijn collega’s waren even stil en erkenden toen dat zij ook fouten hebben gemaakt als kind. Ze vonden het uiteindelijk een goed idee. Dwangmaatregelen geven ook lang niet altijd het gewenste resultaat. We besloten de opvoeding van de vader niet over te nemen, maar hem alternatieven aan te bieden in het opvoeden. Ik hield het bij mijzelf en gaf een voorbeeld over mijzelf. En bekeek deze situatie daarom vanuit een ander perspectief. Ik was heel blij dat mijn collega’s daarin mee wilden gaan. Ook al was hun eerste impuls een andere. Misschien dat je zou kunnen zeggen dat op dat moment een transformatie plaatsvond van systeemdenken naar relationeel denken. Deze vergadering gaf mij ook het gevoel dat mijn collega’s mij serieus nemen en dat gaf mij vertrouwen.

“GGZ NH-Noord heeft een informeel netwerk opgebouwd. Mede met behulp van ervaringsdeskundigen verwijst de GGZ  veel mensen vanuit de intake naar dit informele netwerk. Dat netwerk bestaat uit allerlei zelfsturende groepen. Denk bijvoorbeeld aan een groep voor mensen met depressieve klachten. Deze groepen zijn opgezet in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Ze hadden wel degelijk zorg nodig maar niet persé de dure GGZ zorg”, aldus Patrick

Er was geen duidelijke taakomschrijving voor de ervaringsdeskundige. Hoe ontdekte je wat je kon doen in het team?

De verbondsteams zijn opgericht om te oefenen, te leren en te ontwikkelen. Dus ik ben net als de anderen in mijn team op onderzoek uit gegaan. Ik liep mee bij intakes met een cliënt, was aanwezig tijdens spreekuren en ben met een ambulant begeleider mee geweest op huisbezoek. In al die situaties observeerde ik hoe het team functioneerde en wat ik voor bijdrage kon leveren. Wat ik al wel wist was dat ik vanaf het begin van het contact met de cliënt betrokken wilde zijn. Enerzijds omdat de cliënt meteen aan mijn aanwezigheid en aanpak zou wennen. En anderzijds omdat ik in onderzoeken heb gelezen en ook in de praktijk heb ervaren dat juist in het begin van het behandelproces een ervaringsdeskundige het verschil kan maken.

Jij wilde dus graag aan het begin van het cliëntencontact betrokken worden. Gingen je collega’s daar direct mee akkoord?

Patrick begint te lachen. Daar heb ik voor moeten strijden. Mijn collega’s hadden aanvankelijk nogal wat mitsen en maren. Je bent vrijwilliger zeiden ze. Ik ervoer angst bij ze. Stel je voor dat ik iets verkeerd doe. De cliënt moet wel goed geholpen worden. Ik ervaarde een beschermende houding.

Wat voor werk doe je in het verbondsteam?

Ik ben aanwezig bij intakes. En samen met een ambulant begeleider ga ik mee op huisbezoek. Verder schrijf ik mij in voor verschillende subgroepen die onderwerpen onderzoeken. Er is bijvoorbeeld een subgroep dat uitzoekt hoe we het beste met sociale media om kunnen gaan. Of een groepje dat werkprocessen beschrijft. Een andere groep onderzoekt hoe we het beste om kunnen gaan met nieuwe aanmeldingen. Zo zijn er voor verschillende onderwerpen groepen die nadenken en uitproberen wat het beste werkt. We zitten tenslotte in het verbondsteam om te ontwikkelen.  

Hoe reageert een cliënt op jou als extra persoon in de begeleiding?

De hulpverlener of maatschappelijk dienstverlener stelt mij meestal voor als een collega. En dat roept eigenlijk nooit vragen op. Ik heb er ook om gevraagd om als collega genoemd te worden en niet als ervaringsdeskundige. Het feit dat ik wat directer ben heeft een wisselend resultaat. De ene keer pakt dat goed uit de andere keer iets minder goed. Ik merk dat het timen van wat je wanneer zegt een leerproces is. Het is mensenwerk en elke situatie is weer anders. Dat vraagt een hele open en niet bevooroordeelde blik.

Waarom wil je liever als collega dan als ervaringsdeskundige voorgesteld worden?

Ik voel me gelijkwaardiger als men mij collega noemt. Ik voel me binnen het team een gelijkwaardige collega en niet dé ervaringsdeskundige. Het is wel mijn functietitel. Het gebeurt ook dat een cliënt afhaakt bij de term ervaringsdeskundige. Dat overkwam mij eens bij mijn werk bij De Volksbond. Ik was te direct. Dat was de cliënt niet gewend. Een beetje generaliserend zou je kunnen zeggen dat de reguliere hulpverlening iets meer afstand houdt. Ik zie het als de kracht van een ervaringsdeskundige om snel verbinding te maken en snel dichtbij een cliënt te zijn. Dat kan nieuw voor een cliënt zijn. Hij kan zijn ‘verslavingsspel’ bij ons, ervaringsdeskundigen, wat minder goed spelen. Wij spreken natuurlijk uit ervaring en herkennen snel bepaald gedrag. Maar een cliënt moet er ook aan toe zijn op bepaalde dingen aangesproken te worden. Zeker als hij eerst op een andere, misschien iets vrijblijvendere manier, is aangesproken. Daarom denk ik dat het goed is dat een ervaringsdeskundige al meteen bij het eerste contact met een cliënt aanwezig is. Dan went hij/zij meteen aan een iets andere aanpak.  

Voel je je een ervaringsexpert of meer een hulpverlener?

Ik voel me meer een ervaringsexpert. Zoals ik het nu zie, zie ik een hulpverlener als iemand die volgens een structuur werkt. Vragenlijsten afwerkt. Protocollen afloopt. Ik probeer meer het gesprek aan te gaan. Aan te sluiten bij de mens tegenover mij. Daarnaast zie ik hulpverleners die veel taken uit handen willen nemen daar waar ik de zelfredzaamheid zeer belangrijk vind.

Waar ben je tevreden over?

Ik voel me inmiddels gelijkwaardig in het verbondsteam. Mijn collega’s nemen mij serieus en luisteren naar me. Mijn inbreng waarderen en accepteren ze. Als ik zou willen mag ik overal bij betrokken zijn. Ik heb ontdekt dat ik vrij makkelijk verbinding met een cliënt maak. Misschien omdat ik open en eerlijk over mijzelf ben en mij gelijkwaardig opstel. Mijn collega professionals lijken daar wat terughoudender in te zijn. Ik heb begrepen dat zij tijdens hun opleiding leerden juist wat meer afstand te houden van de cliënt. “Straks ziet hij mij als vriend”. Ik heb ook het idee dat ik dingen net even directer durf te benoemen. De confrontatie durf aan te gaan.

Wat heb je geleerd in deze periode bij het verbondsteam?

Heel wat nieuwe afkortingen lacht Patrick. En veel over communicatie. Het communiceren met een cliënt vergt een andere stijl dat het communiceren met een mede professional. Ik sluit makkelijker aan bij een cliënt dan bij een andere professional. En ik zie nu het belang van het stellen en bewaken van mijn grenzen. Om een voorbeeld te noemen mijn collega’s vragen mij wel eens dingen te doen die ik niet zie als mijn werk als ervaringsdeskundige. Daar ben ik mij steeds duidelijker bewust van. De volgende stap is dat ik dit bespreekbaar maak en ook een keer nee ga zeggen. Ik zie ook steeds duidelijker dat mijn belevingswereld anders is dan die van de meeste van mijn collega’s. Het is een hele kunst de belevingswerelden van de cliënt, de zorg- en maatschappelijk dienstverlener en die van de ervaringsdeskundige bij elkaar aan te laten sluiten. Het bruggenbouwen. Ik ben communicatief best vaardig. Maar mensenkennis en het timen wanneer je wat zegt blijft een uitdaging. 

Hoe zorg jij dat je scherp blijft, dat je blijft leren?

Ik ben op dit moment bezig met een opleiding voor ervaringsdeskundige. En het Amsterdams Nerwerk Ervaringskennis (ANE) heeft in samenwerking met de vrijwilligersacademie, HVO Querido en de HvA ook een soort opleiding opgezet, de ‘leerlijn’. Deze leerlijn geeft ons, ervaringsdeskundigen in de verbondsteams, training ‘on the job’. Daarnaast faciliteert de leerlijn bijeenkomsten waarin we onze ervaringen delen en waarin we daarop reflecteren. Dit zijn de intervisiebijeenkomsten. Daar leer ik heel veel van. Verder ontwikkelen we ook binnen deze leerlijn. Zo hebben we in een aantal sessies verschillende rollen voor ervaringsdeskundigen in een (buurt)team uitgeschreven.

Welke betekent het ANE voor jou?

Het ANE is wat mij betreft hét netwerk voor ervaringskennis. Het is in Amsterdam dé plek waar iedereen die zich betrokken voelt bij het onderwerp ervaringsdeskundigheid zich zonder enige verplichting kan aansluiten. Ik vind het een uniek netwerk. Het ANE organiseert regelmatig bijeenkomsten en zogenaamde ANE colleges. Daar kom ik iedere keer weer andere mensen tegen met  hele verschillende achtergronden. Van (potentiële) ervaringsdeskundigen tot onderzoekers en van hoogleraren tot beleidsmedewerkers en teamleiders van de gemeente en natuurlijk zorg- en maatschappelijk dienstverleners. Ik ervaar deze bijeenkomsten als heel inspirerend, verbindend en leerzaam. Het helpt mij om de andere partijen in het sociaal domein te leren kennen. Waar lopen zij tegen aan in de ondersteuning naar de Amsterdammers? Hoe gaan zij met bepaalde situaties om? Hoe beleven zij de samenwerking met de andere hulpverleners? Het helpt mij enorm mijn blik te verbreden. Om een voorbeeld te geven. Onlangs was ik mede organisator en deelnemer van een ANE college waarin we spraken over kwaliteitsbewaking van de ervaringsdeskundigen in de buurtteams. Moet je per buurtteam een leerlijn opzetten of stadsbreed? We hebben hier toen in groepjes met o.a. ambtenaren, welzijnswerkers en ervaringsdeskundigen over gediscussieerd. Dat was heel interessant en leerzaam.    

Heb jij nog tips voor het ANE?

Laat het ANE steeds meer geleid worden door de ervaringsdeskundigen zelf. Op dit moment zijn er nog een aantal ambtenaren binnen het ANE die sturing geven. Zij hebben de ambitie om het werk over te dragen aan ervaringsdeskundigen. Volgens mij is de tijd rijp!

Heb je een droom, een ideaal?

Ik zou willen dat de wereld wat liever wordt! En met betrekking tot werk zou ik het fantastisch vinden als ervaringsdeskundigheid over een paar jaar helemaal vanzelfsprekend is in de zorg- en maatschappelijke dienstverlening en dat ik daar dan een betaalde baan in heb.

De ontwikkeling naar de buurtteams in zeven verhalen: